Hoewel obligaties een portefeuille goed kunnen beschermen tegen vraagschokken, vereisen steeds frequentere kostenschokken een grotere allocatie naar een nieuwe reeks diversificatiemiddelen.
In dit artikel gaat het Market Insights-team in op een aantal belangrijke vragen die waarschijnlijk in de hoofden van beleggers spelen na de recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten.
Wat is uw basisscenario voor de duur van het conflict?
Ons basisscenario blijft de-escalatie, waarbij alle belangrijke belanghebbenden streven naar een oplossing op korte termijn waardoor de cruciale Straat van Hormuz weer wordt opengesteld voor doorvoer. Deze aanname is gebaseerd op onze interpretatie van de volgende politieke afwegingen:
- Dat de Amerikaanse president geen voortdurende oorlog wil tijdens zijn verplaatste bezoek aan China op 14 mei, noch stijgende benzineprijzen en een dalende aandelenmarkt in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen.
- Israël zal op korte termijn gehoor geven aan de verzoeken van de VS om te de-escaleren, waarbij het de relatie met de VS vooropstelt en de beperkingen van alleen een luchtcampagne onderkent.
- Dat China en andere Aziatische tegenhangers druk zullen uitoefenen op Iran om te de-escaleren zodra de VS zijn aanvallen opschort, zowel vanwege potentiële problemen met hun eigen energievoorziening als uit angst voor een westerse recessie die de reeds stagnerende Chinese economie zou kunnen verzwakken.
- Dat Iran, dat heeft aangetoond dat het de wereldwijde activiteiten kan verstoren, de kans op een nieuwe aanval op korte termijn voldoende heeft verkleind.
Uiteraard zijn we terughoudend voor wat betreft het gewicht dat we aan een dergelijke rationele analyse moeten toekennen. Met name de afwegingen van Iran zijn moeilijk te doorgronden, en de voortdurende inzet van Amerikaanse troepen in de regio houdt de opties van Washington om te escaleren open. Daarom moeten ook scenario's worden overwogen die het conflict juist zouden kunnen verlengen. Een volledige reeks scenario's is hieronder te vinden (zie Figuur 1).
Hoe zal een langdurig conflict de wereldwijde energieprijzen beïnvloeden?
De Straat van Hormuz is de cruciale waterweg die de belangrijkste olieproducerende landen van de Perzische Golf verbindt met de internationale energie- en grondstoffenmarkten. Doorgaans stromen er dagelijks zo'n 20 miljoen vaten (million barrels a day; mbd) met olie en aardolieproducten door de Straat (zie Figuur 3), wat neerkomt op een kwart van de wereldwijde handel in aardolie over zee. Ruwe olie domineert het verhaal, maar de Straat is ook cruciaal voor een aantal geraffineerde en aanverwante producten (zie Figuur 4).
Van alle export die via de Straat wordt vervoerd, is 90% bestemd voor Azië. India en China zijn samen goed voor de helft van alle export van ruwe olie en condensaat (zie Figuur 5), evenals 40% van de export van vloeibaar aardgas (LNG). Europa is een belangrijke afnemer van geraffineerde producten en koopt een derde van alle export van diesel en vliegtuigbrandstof.
De eerste gevolgen van de bevoorradingstekorten zijn het sterkst gevoeld in de minder welvarende Aziatische landen, waar de invoer van geraffineerde producten met 35% is gedaald (J.P. Morgan Commodities Research, 2026) . Deze landen hebben een groot aantal maatregelen genomen om de energievraag te verminderen, zoals de overgang naar een vierdaagse werkweek en de sluiting van scholen en universiteiten.
Er zijn drie opties die de impact van de crisis zouden kunnen helpen verzachten:
1. Omleiding via pijpleidingen. Er bestaan alternatieven in de vorm van pijpleidingen, maar deze hebben beperkte reservecapaciteit (zie Figuur 6). Olie die via pijpleidingen wordt vervoerd, zou in theorie 3 tot 5 miljoen vaten per dag aan verloren gegane zeetransporten kunnen vervangen. De haventerminal in Fujairah van de Abu Dhabi Crude Oil Pipeline (ADCOP) is echter beschadigd. Er bestaat ook het risico dat exporten die in de haven van Yanbu aan de westkust van Saoedi-Arabië op schepen worden geladen, het doelwit worden van door Iran gesteunde Houthi-rebellen in Jemen, mocht de situatie verslechteren. Momenteel wordt slechts 1,9 mbd extra olie via deze routes omgeleid (gebaseerd op een vierdaags voortschrijdend gemiddelde per 22 maart 2026).
2. Opschorting van sancties. De VS hebben een tijdelijke opschorting van sancties op Russische en Iraanse olie aangekondigd (respectievelijk 12 en 19 maart). Voorheen verkochten deze twee landen hun olie buiten de formele kanalen om, voornamelijk aan China, historisch gezien met een korting van 15 dollar per vat ten opzichte van de officiële wereldprijs (Bloomberg, 2026). Door Russische en Iraanse olie toe te laten op de wereldmarkten neemt het 'officiële' aanbod toe en neemt de absolute druk op de wereldwijde olieprijzen af. De aankondiging heeft momenteel echter alleen betrekking op Russische en Iraanse olie die zich al op zee bevindt, wat de effectiviteit van deze maatregel beperkt. Door de opschorting uit te breiden naar toekomstige productie zou nog eens 5 mbd aan over zee vervoerde ruwe olie duurzaam in de officiële circulatie kunnen worden gebracht.
3. Overstap naar andere energiebronnen. China en India, twee belangrijke afnemers van vloeibaar aardgas (LNG) uit de Golfregio, behouden de mogelijkheid om terug te schakelen naar elektriciteitsopwekking met steenkool. De bezettingsgraad van Chinese kolencentrales bedraagt momenteel 50% (Ember Energy, 2026). In India is de bezettingsgraad gedaald tot ongeveer 66% (Carboncopy, 2025). Deze omschakeling zou de druk op de wereldwijde LNG-markten verlichten. LNG wordt doorgaans gebruikt als een schoner alternatief voor elektriciteitsopwekking, maar biedt geen alternatief voor transportbrandstof, waardoor de vraag naar olie grotendeels ongewijzigd zou blijven.
Kortom, de mitigatiemaatregelen zijn waarschijnlijk onvoldoende om een volledige sluiting van de Straat gedurende een wezenlijke periode te compenseren, zelfs als we rekening houden met de aangekondigde vrijgaven van strategische oliereserves. Zonder een oplossing zullen de prijzen moeten stijgen om de vraag te doen dalen en het mondiale aanbod en de vraag weer in evenwicht te brengen. De huidige olieprijzen zullen de mondiale vraag naar olie naar verwachting echter slechts met 1 miljoen vaten per dag (million barrels a day; mbd) doen dalen (J.P. Morgan Commodities Research, 2026). Prijzen in de buurt van 150 dollar per vat zijn wellicht nodig om tot een aanzienlijke daling van de vraag te leiden.
Referenties
Bloomberg. (2026, 2 23). Russian oil most discounted since 2023 on western sanctions. Retrieved from https://www.bloomberg.com/news/articles/2026-02-23/russian-oil-most-discounted-since-2023-on-western-sanctions
Carboncopy. (2025, 11 17). Renewable is elbowing out coal: can it continue the growth momentum? Retrieved from https://www.carboncopy.info/renewable-is-elbowing-out-coal-can-it-continue-the-growth-momentum
Ember Energy. (2026, 2 10). From baseload to flexibility: How is coals role in China changing. Retrieved from Ember Energy: https://ember-energy.org/app/uploads/2026/02/From-baseload-to-flexibility-How-is-coals-role-in-China-changing-PDF.pdf
J.P. Morgan Commodities Research. (2026, 3 19). Retrieved from https://jpmm-internal.jpmchase.net/#research.article_page&action=open&doc=GPS-5239325-0
Wat zal de impact zijn op de groei en inflatie wereldwijd?
Gezien het belang van de Straat van Hormuz voor de wereldwijde energiemarkten, zal de sluiting ervan invloed hebben op de inflatie en daarmee op de groei.
In de meeste economieën valt een hogere inflatie en een lagere groei te verwachten, maar de gevolgen van de energieschok hangen af van vier belangrijke factoren:
- In hoeverre een economie afhankelijk is van fossiele brandstoffen, en of andere alternatieven, zoals steenkool, gemakkelijk kunnen worden ingezet.
- Of de economie afhankelijk is van mondiale brandstofprijzen om brandstoffen te verkrijgen (de binnenlandse aardgasmarkt in de VS blijft bijvoorbeeld op peil).
- De mate van tegenmaatregelen (hetzij kortetermijnsteun om consumenten te beschermen tegen hogere energiekosten, hetzij infrastructuurgerelateerde pakketten).
- De mate van economische kwetsbaarheid bij het begin van de schok.
Er zijn ook twee algemene opmerkingen die kunnen worden gemaakt voordat we ingaan op de details per land. Ten eerste is het, in ieder geval in Europa, onwaarschijnlijk dat we overheidssteunpakketten zullen zien die ook maar enigszins in de buurt komen van de omvang die we tijdens de vorige crisis zagen. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld bleek uit een analyse van het Office for Budget Responsibility dat een combinatie van plafonds voor energierekeningen en subsidies in 2022 maar liefst 1,6% van het BBP bedroeg. Deze keer zullen zorgen over de hoogte van de staatsschuld ertoe leiden dat de steun beperkt en gericht is. Hoewel dit betekent dat het inkomen en de consumptie van huishoudens op korte termijn een klap zullen krijgen, vermindert het ook de kans dat de inflatie zich vastzet en dat centrale banken de rente moeten verhogen.
Ten tweede verkeert de particuliere sector in redelijk goede conditie om de schok op te vangen. De wereldeconomie vertoonde over het algemeen een behoorlijk momentum als we kijken naar de BBP-groei en de winstgroei. De balansen van huishoudens en bedrijven waren sterk na meer dan tien jaar van schuldafbouw, en Europese huishoudens beschikken, althans in totaal, nog steeds over aanzienlijke spaarbuffers die tijdens en na de pandemie zijn opgebouwd.
Met deze twee punten in het achterhoofd is de energieschok, wanneer we kijken naar de VS, het VK en de eurozone, per saldo negatief voor alle drie de mogelijke scenario's die in Figuur 1 zijn geschetst.
De-escalatie
In het de-escalatiescenario, waarin de Straat van Hormuz binnen een relatief kort tijdsbestek weer wordt opengesteld en de olieprijs daalt naar 70-80 USD per vat, zullen deze economieën de verstoring goed kunnen opvangen.
De impact op de feitelijke inflatie in de VS zal naar verwachting beperkt zijn, met een stijging van ongeveer +0,2 procentpunt voor de raming aan het einde van het jaar. Het VK en de eurozone zullen een grotere inflatie-impact ondervinden (dichter bij een stijging van +1 procentpunt voor de eindejaarsinflatie), wat het desinflatieproces zou verstoren. De gasprijzen in het VK en de eurozone zijn mondiaal georiënteerd en gekoppeld aan de wereldwijde LNG-prijzen. Deze prijzen zijn gestegen in reactie op de sluiting van de Straat van Hormuz en de schade aan de LNG-infrastructuur van Qatar.
De impact op de groei zal in dit scenario beperkt zijn, hoewel deze voor de meer van energie-import afhankelijke economieën van het VK en de eurozone erger zal zijn dan in de VS. Het positieve economische momentum van de eurozone zou echter ondersteund kunnen blijven worden door de effecten van de Duitse begrotingsuitgaven en deregulering in de eurozone in bredere zin.
Gedeeltelijke de-escalatie
In het scenario van gedeeltelijke de-escalatie duurt het conflict langer voort en kan de doorvoer via de Straat van Hormuz vanwege aanhoudende risico’s en onzekerheid slechts gedeeltelijk worden hervat. De olieprijs blijft rond de 100 USD per vat schommelen en de daaruit voortvloeiende energieschok zal voor het VK en de eurozone een negatiever effect hebben dan voor de VS.
De inflatie aan het einde van het jaar in het VK en de eurozone zal ongeveer 2 procentpunten hoger liggen, voornamelijk door de energieprijzen, maar in dit scenario zullen zowel de kerninflatie als de voedselprijzen stijgen. Een dergelijke prijsstijging zal de koopkracht van de consument, de marges van bedrijven en het sentiment aantasten, waardoor de groei zal vertragen, hoewel de klap voor het besteedbaar inkomen veel minder groot blijft dan in 2022 (zie Figuur 7).
Voor de VS stijgt de inflatie aan het einde van het jaar met ongeveer +0,5 procentpunt, gedreven door hogere prijzen voor benzine en energie-intensieve goederen. De groeidaling in de VS is beperkt, aangezien de klap voor de koopkracht van de consument grotendeels wordt gecompenseerd door hogere inkomsten uit de export van energie (schalieolie en LNG). Het effect op de koopkracht is directer en remt de economie af, maar trendmatige groei is nog steeds haalbaar doordat de begrotingsuitgaven uit de 'One Big Beautiful Bill' in 2026 hun effect krijgen.
Escalatie
In het escalatiescenario, waarin de olieprijzen stijgen tot boven de 150 USD per vat, zullen het VK en de eurozone waarschijnlijk in een recessie terechtkomen. De inflatie zou aan het einde van het jaar 3,0-3,5 procentpunten hoger liggen als gevolg van het conflict. Wat de inflatie betreft, blijft de VS beter beschermd (+1,0 procentpunt hogere inflatie) en zijn de groeirisico’s beperkter, vooral als de regering opnieuw haar toevlucht neemt tot belastingverlagingen om steun te winnen in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen.
Zullen de rentetarieven stijgen als reactie op de stijgende inflatie?
Het is niet vanzelfsprekend dat centrale banken de rente moeten verhogen, ook al zal de feitelijke inflatie naar verwachting stijgen. Als alle andere factoren gelijk blijven, zal een plotselinge stijging van de kosten van bepaalde goederen de koopkracht van huishoudens drukken, waardoor consumenten minder gaan uitgeven, wat op zijn beurt neerwaartse druk uitoefent op andere goederen en diensten. In dat geval zou de aanvankelijke stijging van de totale inflatie van korte duur zijn.
Er zijn echter twee aspecten die bepalen of het voor centrale banken de juiste keuze is om de rente ongewijzigd te laten. Ten eerste is er de rol van het overheidsbeleid. Als overheden toegeven aan politieke druk en de koopkracht van huishoudens herstellen, zullen die laatsten minder onder druk staan om prijsstijgingen elders in hun bestedingsmandje te compenseren.
Ten tweede is een kortstondige schok afhankelijk van het feit dat werknemers hun werkgevers niet om meer loon vragen. Hoewel werknemers begrijpelijkerwijs gecompenseerd willen worden voor de stijgende kosten van levensonderhoud, verergeren hogere lonen de kostenproblemen waarmee bedrijven worden geconfronteerd, waardoor zij de prijzen nog verder moeten verhogen en er een loon-prijsspiraal ontstaat.
De centrale banken hebben in 2022 zowel de reactie van de overheid als de daadkracht van werknemers onderschat. De inflatie bleek verre van voorbijgaande aard, waardoor de centrale banken achterop raakten en zich haastten om de rente te verhogen vanaf een uitzonderlijk laag niveau.
Deze keer denken we echter dat centrale banken zich minder zorgen hoeven te maken over tweede-ronde-effecten (zie Figuur 9). In Europa is het minder waarschijnlijk dat overheden de fiscale portemonnee op dezelfde manier openen als in 2022.
Huishoudens zullen over het algemeen de dupe worden van de hogere kosten. Deze kostendruk geldt echter mogelijk niet voor de VS, waar de One Big Beautiful Bill al is opgesteld om in 2026 fiscale steun te bieden, en waar fiscale stimuleringsmaatregelen bovendien maar al te verleidelijk kunnen zijn in aanloop naar de tussentijdse verkiezingen.
De arbeidsmarkten wereldwijd zijn bij het ingaan van deze crisis veel zwakker dan in 2022, dus de kans dat werknemers om hogere lonen vragen is minder groot. Hetzelfde geldt voor de aanbodzijde van de economie, die momenteel meer ruimte heeft in vergelijking met de periode na de coronacrisis, toen de opgehoopte vraag loskwam.
Ook moet worden opgemerkt dat het startpunt voor de rente nu heel anders is, met rentetarieven op of boven neutrale niveaus in de meeste rechtsgebieden. Hoewel centrale banken wellicht een signaal willen afgeven om te waarschuwen voor dreigende problemen in ons kernscenario van de-escalatie, verwachten we dat de rente aan het einde van het jaar in de VS, het VK en de eurozone dicht bij het huidige niveau zal liggen.
Waarom zijn de aandelenmarkten zo veerkrachtig geweest?
In de eerste weken van het conflict daalden obligaties sterk in waarde, met name obligaties met een korte looptijd, terwijl de S&P 500 slechts 4% daalde. Zelfs de meer cyclische aandelenmarkten deden het relatief goed: de MSCI Europe Index daalde met 3% en de MSCI Emerging Markets Index steeg met 3%.
Er zijn een aantal redenen voor deze veerkracht van aandelen.
Ten eerste zijn beleggers waarschijnlijk getekend door andere recente geopolitieke gebeurtenissen die even dramatisch waren, maar uiteindelijk van korte duur bleken. Een ingrijpende aanpassing van de beleggingspositie op Liberation Day, toen president Trump omvangrijke invoerheffingen aankondigde, of vanwege Trumps ambities om Groenland te verwerven, zou achteraf gezien een verkeerde keuze zijn gebleken.
Ten tweede hebben de markten de verwachte opwaartse druk op de inflatie sterker ingeprijsd dan de verwachte neerwaartse impact op de groei. We hebben gezien dat cyclische sectoren het goed hebben gedaan ten opzichte van defensieve sectoren, terwijl activa zoals koper en valutaparen zoals AUD/USD, ook beter hebben gepresteerd dan ze doorgaans doen bij gebeurtenissen die leiden tot risicomijding. Typische veilige havens, zoals goud, de Zwitserse frank, de yen en staatsobligaties, hebben ondermaats gepresteerd in vergelijking met wat hun historische performance zou suggereren.
Ten derde is de samenstelling van de aandelenmarkten de afgelopen decennia defensiever geworden. In de Europese index hebben aandelen uit de banksector en de gezondheidszorgsector bijvoorbeeld beide hetzelfde gewicht op basis van marktkapitalisatie, namelijk ongeveer 12%. Ter vergelijking: in 2008 maakten banken ongeveer een vijfde van de index uit, terwijl gezondheidszorg ongeveer 7% vertegenwoordigde.
Ten vierde was, zoals eerder besproken, het momentum aan het begin van deze crisis goed. De meeste aandelenregio's kenden positieve herzieningen van hun winstramingen, of het nu de VS, Europa, opkomende markten of Japan betrof. In theorie is hogere inflatie gunstig voor aandelen, aangezien de omzet van bedrijven in nominale termen wordt gerapporteerd. Zolang de stijging van de inflatie bescheiden blijft en de consumptie blijft stijgen, kunnen aandelen goed presteren.
Ten vijfde verschillen de aandelenmarkten van de economie. Sommige aandelenindices profiteren van hogere grondstofprijzen, gezien het gewicht van grondstofgerelateerde sectoren in de index. De energiesector is in de meeste regio’s de best presterende sector sinds het begin van het jaar (Figuur 10) en sinds het uitbreken van de oorlog. Ook de nutsbedrijvensector heeft goed gepresteerd. De sterke prestaties van deze sectoren sluiten aan bij het historische patroon wanneer we kijken naar eerdere oliecrises sinds 1970. Hoewel Europa niet veel olie produceert en hogere olieprijzen de BBP-groei eerder zullen drukken dan stimuleren, maken grondstofgerelateerde aandelen maar liefst 13% van de Europese aandelen uit en zullen ze zorgen voor een betere winstgroei. Wij schatten dat een stijging van de olieprijs met 10% ongeveer +2 procentpunten toevoegt aan de jaarlijkse winstgroei van de STOXX Europe 600. Het gewicht van grondstofgerelateerde sectoren is nog hoger voor de FTSE 100 en voor de MSCI Emerging Markets Index.
Moeten Amerikaanse techaandelen worden gezien als een veilige haven?
Na een moeilijke start van 2026 hebben Amerikaanse techaandelen het sinds eind februari beter gedaan. Binnen de Amerikaanse markt heeft de technologiesector beter gepresteerd dan de brede Amerikaanse index, en wereldwijd hebben Amerikaanse aandelen beter gepresteerd dan veel van hun regionale tegenhangers.
De vraag naar bedrijven van hogere kwaliteit neemt doorgaans toe in periodes waarin de economische onzekerheid toeneemt. De ongelooflijk sterke balansen van veel van de Amerikaanse techgiganten suggereren dat deze bedrijven inderdaad de definitie van 'hogere kwaliteit' verdienen. Na een periode van 18 maanden waarin kwaliteitsaandelen achterbleven en de markt de fundamentele factoren over het algemeen over het hoofd zag, zien we een verschuiving naar hogere kwaliteit in alle sectoren als een verstandige manier om aandelenportefeuilles te versterken, zoals we onlangs schreven (zie On the Minds of Investors: Investors seeking resilience should consider a quality bias).
Wij denken echter niet dat het conflict met Iran de katalysator zal blijken te zijn voor een nieuwe periode van langdurige outperformance voor Amerikaanse techaandelen. Er zijn drie belangrijke redenen voor dit standpunt.
Ten eerste is de recente marktprestatie waarschijnlijk sterk beïnvloed door de positionering van beleggers vóór deze schok. Veel van de populaire long-posities van dit jaar zijn bijzonder hard getroffen (zoals Zuid-Koreaanse en Japanse aandelen, evenals goud). Tegelijk draagt de eerdere underperformance van Amerikaanse techaandelen (met name Amerikaanse softwarebedrijven, die tot 27 februari meer dan 20% daalden) waarschijnlijk bij aan de reden waarom dit deel van de markt relatief veerkrachtig is gebleven.
Ten tweede verwachten we, naarmate beleggers de implicaties van de energieschok verwerken, dat er meer aandacht zal komen voor de manier waarop verstoringen in de toeleveringsketen de bestaande kostendruk in de technologiesector kunnen vergroten. Taiwan, een cruciaal onderdeel van de toeleveringsketen voor halfgeleiders, is voor bijna al zijn elektriciteit afhankelijk van import, terwijl de productie van andere essentiële materialen voor de chipproductie, zoals helium, sterk geconcentreerd is in het Midden-Oosten en daardoor afhankelijk is van doorvoer via de Straat van Hormuz. Hoe verder de kosten oplopen, hoe uitdagender het wordt voor tech-megacaps om in de toekomst rendement te behalen op gigantische investeringen.
Ten slotte hebben techbedrijven (en groeiaandelen in het algemeen) historisch gezien beter gepresteerd in periodes van lage of dalende rente. De renteverwachtingen zijn al aanzienlijk bijgesteld. Als een stijging van de inflatie gepaard gaat met een nieuw pakket van fiscale steunmaatregelen, dan zouden de langetermijnrentes in de VS verder kunnen stijgen, wat een uitdaging zou kunnen vormen voor groeiaandelen.
Wat zijn de blijvende beleggingsgevolgen van het conflict?
Naar onze mening versterkt het conflict waarschijnlijk vier belangrijke beleggingsthema's die we al enkele jaren benadrukken:
- Veiligheid: Overheden over de hele wereld willen hun veerkracht vergroten door zich te richten op veiligheid in al haar vormen – militair, energie en cruciale hulpbronnen. Zij zullen zich nu nog sterker inzetten om budgetten in zetten voor deze doelen.
- Kapitaal keert zich naar binnen: Niet in de laatste plaats door aanmoediging van de overheid zullen beleggers wellicht zorgvuldiger nadenken over de geografische spreiding van hun kapitaal en de risicopremie die zij hanteren voor buitenlandse beleggingen. Dit zou een aanzienlijke verschuiving in de allocatie van mondiaal kapitaal kunnen betekenen, naarmate voormalige overschoteconomieën hun kapitaal in eigen land inzetten.
- De dollar op een nieuw pad: De wereld exclusief de VS heeft USD 26 biljoen meer in de Amerikaanse economie geïnvesteerd, dan de VS in het buitenland. Aangezien dit geld nu in eigen land wordt geherinvesteerd, verwachten we dat deze kapitaalstroom neerwaartse druk op de dollar zal uitoefenen.
- Nieuwe schokken voor nieuwe risico's: Hoewel obligaties een portefeuille goed kunnen beschermen tegen vraagschokken, vereisen de steeds vaker voorkomende kostenschokken een grotere allocatie naar een nieuwe reeks diversificatiemiddelen, zoals grondstoffen, kerninfrastructuur, hout, transportactiva en macro-hedgefondsen.